Your browser does not support JavaScript!

Hall of Fame - Sigmund Freud

Biografie

De Oostenrijkse psychiater Sigmund Freud werd geboren in 1856. Hij groeide op in een traditioneel gezin en studeerde geneeskunde in Wenen. Freud deed in zijn vroegere jaren veel onderzoek op het gebied van de neurologie.
Tijdens een studiereis naar Parijs in 1885 ontmoette hij de neuroloog Jean-Marie Charcot. Charcot leerde Freud op een andere manier tegen geestenziektes kijken, door middel van klinische methodes om hier inzicht in te krijgen. Charcot wist vooral veel te vertellen over hypnose en hysterie.
Samen met Josef Breuer werkte Freud zijn nieuwe theorieën uit. Hij kreeg grote bekendheid doordat deze theorieën tegen veel bestaande gedachtes in gingen. Er werd vooral veel aandacht besteed aan het onbewuste, terwijl de wetenschap van die tijd vooral uitging van meetbaarheid. Hoewel de theorieën van Freud steeds populairder werden, werd Breuer het steeds minder eens met hem en ze gingen apart van elkaar verder met hun carrière.
Freud werd benoemd tot hoogleraar in Wenen en werkte samen met Carl Gustav Jung (die later ook met Freud zou breken, om dezelfde reden als Breuer). In de loop van de 20e eeuw schreef Freud een groot aantal boeken en werkte veel aan zijn theorieën.
Freud kreeg veel kritiek op zijn werk, niet alleen doordat veel mensen zijn theorieën niet aantoonbaar vonden, maar ook door de grote nadruk op seksualiteit. Dat was in die tijd een taboe. Toch bleek hij ook erkenning te krijgen. Zijn theorieën hadden niet alleen grote invloed op de geesteswetenschappen, maar ook op de literatuur. Dit is tot op de dag van vandaag nog duidelijk merkbaar.
In 1938 verhuisde Freud naar Londen waar hij tot zijn dood in 1939 zijn ideeën verder aanpaste en uitwerkte.

Theorie

Het belangrijkste onderscheid dat Freud maakt binnen het menselijk brein is dat van: 'id', 'ego' en 'superego'.
Het 'id' is een onderbewust mechanisme dat op twee soorten energie werkt. Ten eerste Eros, de seksuele energie. Daarnaast Tanatos, de woede. Het 'ego' probeert deze twee energieën in bedwang te houden. Hierdoor functioneren veel mensen in hun dagelijks leven normaal. Als het 'egomechanisme' zijn werk echter niet goed doet kan het 'id' aan de macht komen. Dit gebeurt onder andere tijdens de slaap. Dromen werden door Freud dan ook gezien als een belangrijke informatiebron voor onderliggende menselijke behoeftes. Gelukkig is het 'ego' vaak erg sterk. Zo sterk zelfs, dat veel mensen niet voor hun gedachtes uitkomen. Dit komt door weerstand- en verdringingsmechanismen. Deze mechanismen doen nuttig werk, als zij in normale mate voorkomen.
Het 'superego' is ten slotte het beeld dat mensen hebben van hun ideale zelf. Hierin liggen de normen en waarden besloten, die door de omgeving zijn mee gegeven. Het 'superego' is de grote tegenstander van het 'id' en is gericht tegen de seksuele en agressieve energie. Het 'ego' bemiddelt tussen id en superego.

Freud publiceerde ook op het gebied van de menselijke ontwikkeling een belangrijke theorie. Problemen in het latere leven zouden zijn ontstaan in de kindertijd (ongeveer tot 6 jaar) als er één of meer van 5 fases niet goed zijn doorlopen. Elke fase hoort bij een bepaalde leeftijdscategorie en behelst verschillende uitgebreide theorieën over de groei van het kind. De eerste fase is de orale fase, vervolgens de anale, fallische, latente en genitale fase. Eén theorie uit deze fases is erg bekend en zal nader worden beschreven. Tijdens de fallische fase hoort er een sekse-identiteit bij het kind te ontstaan. Deze wordt ontwikkeld door het onbewuste oedipuscomplex. Kort gezegd ontwikkelt een jongentje de sekse-identiteit van een man, door verliefd te worden op zijn moeder. Hij ziet dat zijn vader de aandacht krijgt van haar en daarom begint hij zijn vader te haten. Deze haat wordt omgezet in identificatie, als hij inziet dat hij zoals zijn vader moet worden om indruk te maken op zijn moeder.
De vrouwelijk variant van het oedipuscomplex wordt het elektracomplex genoemd.

Toen de theorieën van Freud net uitkwamen werden ze letterlijk opgevat. Na een aantal jaren van kritiek (vooral op het punt van de aantoonbaarheid) zei Freud dat ze symbolisch waren bedoeld. Tegenwoordig worden zijn theorieën op moderne manier gebruikt met onder andere aanpassing van invloeden zoals de sociale inzichten. Sommige van zijn theorieën worden geheel niet meer gebruikt, zoals die over dromen. Toch is de symbolische waarde van de onbewuste processen en weerstandmechanismen nog altijd populair bij een deel van de psychotherapeuten.

Onderzoeken en experimenten

In zijn vroegere jaren deed Freud, zoals eerder gezegd, veel medisch onderzoek in de neurologie. Zijn bekendste theorieën heeft hij echter later ontworpen buiten het laboratorium. Zijn meet bekende methode is een toegepaste behandeling die tot stand kwam in zijn praktijk tijdens gesprekken met patiënten. Deze zogenaamde psychotherapie had catharsis (reiniging van de ziel) als doel. Deze werd bereikt door te praten over de gedachtes van de patiënt en het analyseren van de persoon, om meer inzicht te krijgen in zijn of haar gedrag. Het ontbreken van een wetenschappelijk kader is nog altijd de grootste kritiek op Freud's werk.