Ouderdomsstoornissen - Dementie
Omschrijving
Wij beschouwen ons geheugen als iets vanzelfsprekends. Hoe onmisbaar ons geheugen is
wordt duidelijk als wij in aanraking komen met mensen, waarbij het geheugen niet goed meer
functioneert. Een geheugenstoornis is het primaire kenmerk van een dementie. Daarnaast is nog
minstens één van de volgende stoornissen aanwezig:
- een taalstoornis
- een psychisch onvermogen motorische handelingen uit te voeren
- een stoornis in het herkennen van voorwerpen
- een stoornis in het organiseren en plannen van dingen
Bovengenoemde stoornissen moeten wel echt psychisch veroorzaakt worden. Als iemand
bijvoorbeeld een motorische handeling niet uit kan voeren omdat hij/zij stramme gewrichten heeft
is er geen sprake van een psychisch onvermogen. En als iemand een voorwerp niet kan
herkennen omdat zij of haar ogen niet goed meer zijn, telt dit ook niet mee.
Uit de bovenstaande omschrijving zal het duidelijk zijn dat dementie dus geen ziekte is, maar
alleen een aantal symptomen die veroorzaakt kunnen worden door een ziekte.
Normaal
Als jezelf niet meer de jongste bent of je ouders zijn af en toe vergeetachtig, dan zal je jezelf nu
misschien afvragen wanneer een geheugenprobleem ernstig genoeg is om een stoornis
genoemd te worden. Laten wij dit voorop stellen: het is normaal dat het geheugen enigszins
achteruit gaat bij het ouder worden. Het is zelfs voor jonge mensen heel normaal om niet de
exacte datum te weten of even niet te weten welke dag van de week het is. Ook hier weer wordt
normaal abnormaal op het moment dat je dagelijks leven negatief beïnvloed wordt. Op een
afdeling neuropsychologie in het ziekenhuis kan je jezelf laten testen om te zien of je geheugen
nog in orde is.
Abnormaal
Er zijn een aantal oorzaken voor dementie mogelijk. Deze verschillende typen dementie kunnen
behoorlijk verschillen in hun begin, beloop en in de toekomstvooruitzichten:
-
De ziekte van Alzheimer. Dit wordt gezien als de meest voorkomende oorzaak van
dementie. Dementie van het Alzheimer type kenmerkt zich door een geleidelijk begin en
een langzamer onomkeerbare achteruitgang. Het bewustzijn bij mensen met deze
dementie is vaak relatief helder. Dat wil zeggen: de manier waarop ze met je praten laat
vaak weinig bijzonders zien. Alleen inhoudelijk kloppen dingen die ze zeggen niet. De
diagnose 'ziekte van Alzheimer' kan pas na het overlijden van de patiënt bij microscopisch
hersenonderzoek met zekerheid gesteld worden.
-
De ziekte van Parkinson. Bij deze ziekte hoeft geen dementie voor te komen. Onderzoek
wijst op een percentage van 30 procent van dementiegevallen onder deze patiëntgroep.
Deze ziekte gaat vaak gepaard met depressie. Parkinsonpatiënten zijn vaak het meest
herkenbaar aan hun motorische problemen: een maskergelaat, schuifelgang, trillende
handen en een gebogen houding.
-
Een hersenbloeding. Bij dementie ten gevolge van een hersenbloeding ontstaan de
klachten doorgaans heel abrupt en kunnen de klachten wisselen van dag tot dag. Deze
vorm van dementie kan soms 'omkeerbaar' zijn. Het is dus zeer belangrijk om
onderscheid te maken tussen een Alzheimer type dementie en een vasculaire dementie,
aangezien deze laatste vorm mogelijk te behandelen is. Een neuropsycholoog kan hierin
een belangrijke rol spelen, naast de neuroloog en de radioloog.
-
Naast bovengenoemde organische oorzaken kan een zware depressie een beeld laten
zien dat erg op dementie lijkt en soms nauwelijks van dementie te onderscheiden is. Ook
hier kan een neuropsycholoog belangrijk zijn in het onderscheid maken tussen dementie
en depressie.